Prinses Irene heeft vandaag (vrijdag 8 mei)  bij de Grote Kerk in Den Haag het defilé afgenomen van het tegenwoordige Garderegiment Fusiliers Prinses Irene, zeven oud-strijders van de brigade en detachementen Grenadiers en Jagers. Het defilé is ter herinnering aan de bevrijding van Den Haag. Het is vandaag precies zeventig jaar geleden dat de Prinses Irenebrigade de stad bevrijdde van de Duitse bezetters. Prinses Irene legde samen met generaal-majoor b.d. Rudi Hemmes een krans. Burgemeester Van Aartsen hield een toespraak en de leerlingen van de Prinses Ireneschool droegen een gedicht voor.

De Prinses Irenebrigade werd in 1941 opgericht in Groot-Brittannië. Koningin Wilhelmina overhandigde in augustus van dat jaar de brigade het vaandel met daarop de naam van haar kleindochter. De Brigade trok naar Frankrijk  om vervolgens richting Nederland te gaan. Op 8 mei bereikten zij als eerste geallieerde eenheid Den Haag. 
Met het einde van de oorlog kwam er ook een einde aan de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’. Op 13 juli 1945 werd de Brigade in de Haagse Julianakazerne ontbonden. Prins Bernhard hechtte hier de Militaire Willemsorde 4e klasse aan het vaandel en reikte onderscheidingen uit aan leden van de eenheid. De Brigade vormde na dit moment de kern voor het Regiment Prinses Irene. Dit regiment nam na de oorlog deel aan de politionele acties in Nederlands Indië, waar het werkte aan herstel van orde, rust en vrede. Later was het regiment betrokken bij de handhaving van vrede in Bosnië, Kosovo en Cyprus.