Al eerder had ik beloofd meer aandacht te geven aan 200 jaar koninkrijk. Een van de zaken die rond die tijd is ontstaan een nieuwe grondwet. Vandaag wordt herdacht dat het precies 200 jaar geleden is dat de eerste grondwet van het koninkrijk der Nederlanden goed gekeurd werd . Maar voor die tijd was er al veel gebeurd. Een overzichtje. 


Voorgeschiedenis 

Stadhouder Willem V (RVD met dank aan Nationaal Archief)

Vanaf het einde van de zestiende eeuw was Nederland een republiek die bestond  uit zeven soevereine – daarmee wordt bedoeld zelfstandige – provincies. Deze losse ‘staten-bond’ werd volgens oude rechten en voorrechten bestuurd. In het westen van het land door burgers in hoog aanzien , in het oosten  en het noorden door de adel. Deze ‘regenten’ waren officieel de baas en een Prins voerde als Stadhouder alleen het gezag uit. In de tweede helft van achttiende eeuw had de stadhouder veel macht weten te krijgen. Tussen 1780 en 1787 kwamen de hervormingsgezinde Patriotten in opstand tegen de in hun ogen onrechtvaardige manier van besturen. Een belangrijke man in het verzet is Joan Derk baron van der Capellen tot den Pol. Hij uitte zijn kritiek op het politieke bestel en regentenstelsel doodmiddel van het (anonieme) pamflet Aan het Volk van Nederland, dat in de nacht van 25 op 26 september 1781 in alle grote steden van de Republiek werd verspreid. De opstand leidde niet tot een doorbraak doordat een Pruisisch leger in 1787 de Stadhouder te hulp snelde.  Pas nadat in de strenge winter van 1794-1795 de Franse revolutionaire legers over de bevroren rivieren Nederland waren binnengetrokken, krijgen de hervormingsgezinden, die zich nu Bataven noemden, een nieuwe kans. Aan de regentenheerschappij komt dan een abrupt einde, en stadhouder Willem V vlucht met zijn gezin vanaf het Scheveningse strand naar Groot-Brittannië.

De Bataafse republiek (1795-1806)
De nieuwe machthebbers wilde naar het voorbeeld van het revolutionaire Frankrijk ook in Nederland de staat en de samenleving op efficiënte en rechtvaardige wijze inrichten. Maar wat er precies moet gebeuren en hoe dit tot stand moet worden gebracht, daarover waren zij het onderling niet eens. Het leidt tot langdurige en hevige discussies. Ondanks alle geruzie weten de Bataven heel veel te bereiken. In 1796 komt het eerste Nederlandse parlement, de op vrij brede basis gekozen is, de  Nationale Vergadering, bij een en in 1798 krijgt Nederland zijn eerste Grondwet. Hier werden voor het eerst de belangrijkste verworvenheden als de rechten en plichten van de burger, de onafhankelijke en uniforme rechtspraak, en de scheiding van kerk en staat vastgelegd. Tijdens de Bataafse Republiek is dan ook de grondslag gelegd voor het moderne Nederland. Maar in deze jaren worden ook felle debatten gevoerd over de staatsvorm van de nieuwe republiek. Degenen die wensen vast te houden aan de macht van de provincies stonden daarbij tegenover de voorstanders van een gecentraliseerde eenheidstaat (een bestuur voor alle provincies). Na enkele staatsgrepen, waarbij de Fransen achter de schermen een belangrijke rol spelen winnen de voorstanders van een centraal bestuur uiteindelijk.  Eind 1799 grijpt generaal Napoleon Bonaparte naar de macht en wordt de invloed van Parijs op de politiek in ons land alsmaar groter.

Van zelfstandige staat onder Koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) , naar onderdeel van het keizerrijk van Napoleon (1810-1813)
Door  de militaire overwinning  van Napoleon domineerde Frankrijk in 1806 het Europese vasteland. Alleen Groot-Brittannië bied nog verzet en Napoleon de goede positie van Nederland goed gebruiken om ook dat land in zijn macht te krijgen. Hij stuurt daarom zijn broer Louis om als  ‘Koning van Holland’  te zorgen voor een sterk bestuur in Nederland. Het is dus Napoleon die in Nederland de monarchie introduceert. Na de gewoonte van zijn tijd voorziet de nieuwe koning Lodewijk Napoleon zich van een Grondwet en is er dus ook al spraken van een constitutionele monarchie. Deze geeft veel alleen nog veel macht aan de vorst,  het parlement heeft weinig in te brengen. Koning Lodewijk Napoleon wil het beste maken van zijn bestuur. Hij weet de Nederlanders voor zich te winnen. Hij leert Nederlands , iets wat niet heel makkelijk is blijkt al uit het feit dat hij zich introduceerde als konijn van Holland in plaats van koning, en hij liet  zich veel zien aan het volk en hij vertoont zich ook bij rampen.

Maar al snel blijkt Lodewijk Napoleon niet aan de verwachtingen van zijn broer te voldoen. Het Koninkrijk Holland zorgt voor onvoldoende soldaten en matrozen ook wordt de economische blokkade tegen Groot-Brittannië slecht wordt nageleefd. Falend militair optreden tijdens een grote Britse invasie in Zeeland in 1809 is voor de Keizer Napoleon aanleiding Lodewijk Napoleon in de zomer van 1810 van de troon te verwijderen en Nederland bij Frankrijk te voegen. Dit vinden vele Nederlanders fijn. Het levert goede dingen op. Zo worden in 1811 de burgerlijke stand en het kadaster ingevoerd, wat onder meer het verplicht aannemen van een achternaam en het toedelen van huisnummers tot gevolg heeft. Ook wordt de rechterlijke organisatie verbeterd en worden de Franse wetboeken hier van kracht. Maar er zijn ook wel nadelen. Het bestuur vanuit Frankrijk brengt ernstige schade toe aan de handel en scheepvaart. Dit leidt tot economische moeilijkheden met veel werkloosheid en armoede. De situatie wordt nog verergerd door de zware belastingdruk. In 1811 voert Napoleon hier de dienstplicht in, waardoor zo’n 35.000 jongemannen op verre slagvelden moeten vechten. Bovendien is oppositie tegen het regime onmogelijk en wordt kritiek niet geduld. De Franse censuurwetten zijn streng, en overal waakt de geheime politie. Er komt een roep om de terugkeer van ‘oranje’

Wat was er met de oranjes gebeurd in de tussentijd?

Sinds hun vlucht vanaf het Scheveningse strand in januari 1795 verbleven de Oranjes in ballingschap in Groot-Brittannië, waar zij op afstand volgde wat in Nederland gebeurde. In die tijd ontstaat een tegenstelling tussen de ex-stadhouder Willem V en zijn oudste zoon Willem Frederik. De vader neemt een afwachtende houding aan. Dit tot ergernis van de zoon, die zich actief wil inspannen om de verloren positie te herwinnen. Beiden beseffen echter dat hun lot geheel in handen ligt van de grote landen. In 1801 vestigt prins Willem V zich in zijn Nassause erflanden. Hij heeft geen ambities meer en geeft de Oranjeaanhangers vanuit zijn ballingsoord toestemming om, indien zij dat wensen, in Bataafse dienst te treden. Zijn dood in 1806 blijft in Nederland vrijwel onopgemerkt.

Maar de zoon van de oud-stadhouder Willem Frederik is ontevreden over de inspanningen van de regering in Londen en vertrekt al in september 1795 naar Berlijn en vestigt zijn hoop op zijn schoonvader, de koning van Pruisen. Wanneer hulp van die kant uitblijft, richt hij zich in 1797 weer op Groot-Brittannië, maar ook daar krijgt hij niks. Bij de strijd om Nederland terug te winnen geeft Engeland hem geen rol. De gehoopte volksopstand ten gunste van Oranje blijft uit en Willem Frederik maakt in 1802 een knieval voor Napoleon. Die heeft hem de leiding over het Duitse minivorstendommetje Fulda. De prins verliest dat wanneer hij zich in 1806 met Pruisen tegen de Franse Keizer keert. Een poging om daarna weer bij Napoleon aan te sluiten krijgt geen gehoor bij de Fransen. In 1809 zoekt hij zijn heil bij Oostenrijk, tot ook dit land door Frankrijk wordt verslagen. Voor de Oranjezaak ziet het er dan steeds somberder uit. Van de Britse invasiepoging in Zeeland in 1809 wordt de Prins niet eens op de hoogte gesteld. Er rest hem niets anders dan zich met zijn gezin terug te trekken in Berlijn en zijn verre Poolse landgoederen te beheren.

Opstanden in Nederland (1812-1813)

Ondertussen gaat in Nederland de ontwikkeling veder. In 1812 verliest de Franse Keizer Napoleon verschillende gebieden. In oktober 1813 lijdt hij in de ‘Volkerenslag’ bij Leipzig een zware nederlaag en wordt hij uit Duitsland verdreven. De landen Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Groot-Brittannië keren zich gezamenlijk tegen Frankrijk en trekken in november 1813 richting Nederland. Dit maakt de Russische bestuurders en militaire bang. Ze vertrekken.

Na het vertrek van het Fransen breekt op 15 november onrust uit in Amsterdam. Het het nieuwe bestuur wat snel gevormd moest worden moest zich meer richten op het herstel van de orde en het verdrijven van de laatste Fransen werd bijzaak.
In Den Haag was ook oproer. Maar in tegenstelling tot Amsterdam durft men zich in Den Haag wel tegen de Fransen uit te spreken. Hier maakt Gijsbert Karel van Hogendorp, een voormalige Oranjegezinde regent, onmiddellijk van de gelegenheid gebruik om aan te zetten tot een nationale opstand. Hij doet dit samen met graaf Van Limburg Stirum, die als gouverneur van Den Haag het militaire bewind op zich neemt. Op diezelfde 17de november leest Van Limburg Stirum, met een oranjekokarde getooid, aan de Haagse bevolking de eerder door Van Hogendorp opgestelde proclamatie voor, die begint met de woorden: ‘Oranje Boven! Holland is vrij!’.

Van Hogendorp. (Nationaal Archief) 

Deze woorden zijn voorbarig, want Holland is op dat moment nog allerminst vrij. De Fransen zijn weliswaar op de terugtocht, maar nog niet uit Nederland verdreven.  Gijsbert Karel wil aan de geallieerden laten zien dat Nederland zelf de Fransen aan de kant kan zetten  alleen dan kan het land rekenen op de steun van de tegenstanders van Frankrijk. Er moest ook een eigen bestuur komen.
Twee pogingen van Van Hogendorp om met  bestuurders van zowel vóór als na 1795 een voorlopige landsregering te vormen mislukken. De angst voor een mogelijke tegen reactie  van de Fransen is te groot. Omdat  het niet goed was dat de machtsstrijd nog langer zou duren dreigen Van Limburg Stirum en andere officieren met het vestigen van een militair bewind. Gijsbert Karel hakt dan de knoop door. Op 21 november vormt hij samen met zijn politieke vriend baron Van der Duyn van Maasdam een voorlopig Algemeen Bestuur in naam van de Prins van Oranje.

Dit tweemanschap – Van Limburg Stirum maakt hiervan geen deel uit – zendt vervolgens een vertegenwoordiger naar het hoofdkwartier van de geallieerden om hen van de gebeurtenissen op de hoogte te stellen en er bij hen op aan te dringen haast te maken met hun opmars naar het westen. Ook roept het Algemeen Bestuur de voorlopige besturen in verscheidene Hollandse steden op hun angstvallig neutrale houding op te geven. De vrees voor de Fransen is echter nog te groot. Pas na enkele dagen verklaart de ene na de andere stad zich voor de Prins. Amsterdam doet dit op 24 november, gerustgesteld door de komst van de eerste kozakken , Russische verzetsstrijders.

Zoektocht naar de Prins
Uiteraard probeert het Algemeen Bestuur ook in contact te komen met de Prins van Oranje. Omdat niet bekend is waar deze zich bevindt worden er mensen gestuurd naar naar zowel Groot-Brittannië als Duitsland.  De prins verblijft sinds april 1813. Nu de macht van Napoleons af brokkelt en het einde van zijn heerschappij is inzicht  is kon de prins daar de voor de belangen van zijn dynastie en zijn vaderland bij de Engelse minister van Buitenlandse Zaken Lord Castlereagh pleiten. Castlereagh is eerst nogal wantrouwend. Maar uiteindelijk zegt hij hem toch steun toe bij een herstel van de Oranjes in een onafhankelijk Nederland. Het lijkt de minister ook het beste voor de Britse belangen op het vasteland. Zo staan de zaken ervoor wanneer de afgezanten van het Algemeen Bestuur de Prins in Londen vinden en hem om zijn overkomst verzoeken.

Terug keer van de Prins in Nederland 

Koning Willem I met vrouw en kinderen
RVD/met dank aan Nationaal Archief 


Op een Brits oorlogsschip steekt Willem Frederik de Noordzee over en op 30 november gaat hij in Scheveningen aan land. Hij gaat door naar  Den Haag, waar hij wordt ontvangen door Van Limburg Stirum en Van Hogendorp. Onmiddellijk is dan de vraag op in welke manier de Prins het  gezag moet gaan uitoefenen. Na de ingrijpende politieke en bestuurlijke modernisering die Nederland in de Bataafs-Franse jaren heeft ondergaan is het opnieuw invoeren het stadhouderschap en regentenheerschappij niet mogelijk . Al zouden Van Hogendorp en de Oranjegezinde ex-regenten dat in aangepaste vorm eigenlijk het liefste willen.

Het tijdelijke bestuur zorgt ervoor dat de Prins de soevereiniteit aan neemt, niet uit naam van de regenten, maar uit naam van het volk. Ook zorgt het tijdelijk bestuur ervoor dat een – intussen gebruikelijk geworden – Grondwet de macht van de vorst voldoende zal beperken. Prins Willem Frederik  stemt op 2 december tijdens een bezoek aan Amsterdam  in als ‘Soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden’ het oppergezag in de nieuw te vormen staat ‘onder waarborging eener wyze Constitutie’. Van de titel ‘Koning’ wil hij op dat moment nog niet weten.

Op 6 december 1813 neemt de Soeverein Vorst het landsbestuur over van het Algemeen Bestuur.  In eerste instantie was de taak van de koning vooral  gericht om de Fransen die nog in het land waren het land uit te krijgen.  Maar verder was het voor de koning ook belangrijk dat  zijn macht een goede constitutionele  basis, daarmee wordt bedoeld dat de macht met een grondwet geregeld wordt, zou krijgen  Er moest dus snel een een nieuwe Grondwet komen. Op 21 december 1813 installeerde koning Willem I  daarom een grondwetscommissie  die bestond uit 15 leden. De Voorzitter van deze commissie was  Van Hogendorp, die tijdens de periode onder Frans gezag al een ‘schets’ had opgesteld die als leidraad dient tijdens de besprekingen. In de tekst die de commissie begin maart 1814 aflevert, wordt de Soeverein Vorst zeer grote persoonlijke macht toegekend in de vorm van vergaande beslissingsbevoegdheden en omvangrijke benoemingsrechten. Het sterke centrale gezag uit de Franse tijd blijft gehandhaafd. Als bescheiden tegenwicht krijgt de Soeverein Vorst een Staten-Generaal naast zich, met beperkte parlementaire rechten. Deze volksvertegenwoordiging bestaat uit één kamer met 55 leden, die indirect door de provinciale staten worden gekozen. Wat grondrechten betreft worden alleen de vrijheid van godsdienst en de bescherming tegen willekeurige vrijheidsberoving genoemd. De Grondwet van 1814 is een compromis waarin het oude en het nieuwe vernuftig zijn samengebracht. 

Het grondwetsontwerp wordt op 29 maart in de Amsterdamse Nieuwe Kerk voorgelegd aan een zorgvuldig geselecteerd gezelschap van 474 belangrijke mensen uit het gehele land. De leden van deze zogeheten ‘Grote Vergadering van Notabelen’ mogen alleen met ‘ja’ of ‘nee’ hun stem uitbrengen. Met slecht 26 stemmen tegen gaan zij akkoord met het ontwerp. De dag erna wordt de Soeverein Vorst in dezelfde Nieuwe Kerk plechtig ingehuldigd, waarbij hij ten overstaan van de verzamelde notabelen de eed op de nieuwe Grondwet  aflegt. De bevolking in het land toont voor de inhoud van de constitutie niet de minste belangstelling.

Bron voor de informatie uit deze log is de website  koninkrijk1813.huygens.knaw.nl  ook informatie uit het  eerste deel van de NOS serie over 200 jaar koninkrijk verwerkt in deze log.

Ik hoop dat jullie het interessant vinden.  In het volgende deel meer aandacht voor het bestuur onder Koning Willem I